«Geen sluitingen, geen ontslagen»: vakbond Fim-Cisl eist garanties van Stellantis nu Italië minder auto's produceert dan in 1955

Slechts een paar dagen voor Investor Day 2026 op Stellantis, die gepland staat voor 21 mei in Detroit, neemt de druk in Italië toe. De vakbond Fim-Cisl, bijeen in Rome, stuurde een bijzonder krachtige boodschap naar het management van de groep onder leiding van Antonio Filosa: fabriekssluitingen en ontslagen in Italië zijn uit den boze.

Reclame

In een lijvig document dat unaniem werd goedgekeurd door zijn nationaal coördinatieorgaan, roept Fim-Cisl op tot een echte industriële ommekeer voor Italië. De vakbond is van mening dat verschillende vestigingen van de groep, evenals een groot deel van de Italiaanse toeleveringssector voor de automobielindustrie, een kritieke periode doormaken. Achter de gebruikte woorden schuilt vooral de angst voor een langzame industriële verzwakking.

Angst voor Italiaanse industriële achteruitgang

Al enkele maanden kijken de vakbonden bezorgd toe hoe de productievolumes in een aantal Italiaanse fabrieken van Stellantis dalen (ter herinnering, in 2025...), Italië produceerde minder auto's dan in 1955). Discussies over mogelijke partnerschappen met Chinese fabrikanten om bepaalde onderbenutte locaties te bezetten, wakkeren de spanningen ook aan.

Reclame

Fim-Cisl wil daarom duidelijke toezeggingen voordat het nieuwe industriële plan wordt gepresenteerd. De vakbond vraagt Stellantis expliciet om het behoud van alle Italiaanse vestigingen te garanderen, niet alleen productieactiviteiten, maar ook onderzoeks- en engineeringcentra. In het document wordt ook aangedrongen op de weigering van «unilaterale personeelsinkrimpingen».

Voor de unie moet Italië een centrale rol blijven spelen in de strategie van de Groep. Dit betekent dat de ontwikkeling van Italiaanse merken zoals Alfa Romeo, Maserati, Lancia en Fiat moet worden voortgezet, maar ook dat nieuwe motoren moeten worden toegewezen en dat de Europese productie van Jeep-modellen in Italië moet worden bevestigd.

Mirafiori, een symbool van bezorgdheid

Als er één locatie is die de spanningen kristalliseert, dan is het Mirafiori wel. De historische fabriek in Turijn blijft het middelpunt van de vakbondszorgen.

Reclame

Fim-Cisl vraagt om bevestiging van de productie van de Fiat 500e en de toekomstige 500 hybride MHEV, maar dit is niet langer genoeg. De vakbond vraagt nu om een tweede model met hoge volumes om de industriële toekomst van de vestiging veilig te stellen. Er wordt zelfs gesproken over de mogelijkheid om kleine elektrische en hybride auto's te produceren voor de Europese markt. Een andere sterke vraag is om de toekomstig 500-model aangekondigd voor 2030. Voor vakbondsafgevaardigden zou het te riskant zijn om nog een aantal jaren te wachten zonder een echte toename van de werkgelegenheid.

Mirafiori huisvest ook strategische activiteiten zoals het Battery Technology Centre, de Circular Economy Hub en een onderzoekscentrum. Ook hier wil Fim-Cisl garanties voor investeringen, opleiding en aanwerving in verband met kunstmatige intelligentie, elektrificatie en digitalisering.

Cassino, Melfi, Pomigliano: fabrieken wachten op antwoorden

Het klimaat is ook gespannen in Cassino, vaak genoemd als een van de meest kwetsbare locaties van de Groep. De vakbond vraagt Stellantis om zijn «premium» roeping duidelijk te bevestigen, met de toekomstige generaties van de Alfa Romeo Stelvio en Alfa Romeo Giulia, naar verwachting in zowel hybride als elektrische versies.

De productie van de Maserati Grecale moet ook worden veiliggesteld, net als toekomstige vervangers voor de oude Maserati Levante en Maserati Quattroporte. Achter deze aankondigingen probeert de vakbond vooral een lange periode van onderactiviteit voor de komst van de nieuwe modellen te voorkomen.

Reclame

In Melfi vraagt Fim-Cisl om bevestiging van de toekomstige modellen die al zijn aangekondigd, waaronder de nieuwe Jeep Compass, de Lancia Gamma en de DS 8. Maar de vakbond wil ook zo snel mogelijk de identiteit weten van het toekomstige model dat is beloofd voor 2028. Maar de vakbond wil ook zo snel mogelijk de identiteit weten van het toekomstige model dat is beloofd voor 2028, wat essentieel wordt geacht om voldoende volumes te behouden.

Dezelfde zorgen gelden voor Pomigliano d'Arco, waar de vakbond de toekomst van de toekomstige Pandina en de Alfa Romeo Tonale veilig wil stellen en tegelijkertijd de komst van twee nieuwe compacte modellen op het STLA Small-platform wil verzekeren.

De Italiaanse auto-industrie gaat de Europese uitdaging aan

Naast de Stellantis-zaak breidt Fim-Cisl het debat uit naar de hele Europese autosector. De vakbond staat openlijk kritisch tegenover de huidige volledig elektrische strategie en roept op tot een aanpak gebaseerd op «technologische neutraliteit».

Het document roept ook op tot meer overheidssteun, lagere energiekosten en specifieke maatregelen om Italiaanse fabrikanten van apparatuur en onderaannemers te beschermen. Achter alle retoriek over de overgang naar elektriciteit blijft de industriële realiteit grimmig: in Italië draaien veel fabrieken momenteel ver onder hun capaciteit.

Reclame

De Investor Day op 21 mei zal daarom bijzonder nauwlettend in de gaten worden gehouden. Voor de Italiaanse vakbonden is het niet alleen een strategische presentatie voor investeerders, maar een beslissend moment voor de industriële toekomst van een heel land.

Reclame

Vind je deze post leuk? Deel het!

Laat een recensie achter