Zullen sommige Stellantis merken verdwijnen? De CEO van Stellantis Europe: "Elk merk slaagt min of meer op zijn eigen manier".

Reclame

Eén zin hing lange tijd als een zwaard van Damocles boven de merken van de Groep Stellantis. Tien jaar. Dat is het tijdsbestek dat Carlos Tavares heeft vastgesteld voor elk merk om zichzelf te bewijzen, zijn winstgevendheid te vinden en zijn plaats te rechtvaardigen in een portfolio dat een van de grootste in de wereldwijde auto-industrie is geworden. We zijn halverwege. En in een gespannen economisch klimaat blijft de vraag opkomen: dreigen sommige merken van Stellantis te verdwijnen?

Het schrikbeeld van 10 jaar Carlos Tavares

Toen Carlos Tavares over deze periode van tien jaar sprak, was het idee duidelijk: economische rationaliteit moest voorrang krijgen. Een merk dat geen waarde kon genereren, was niet voorbestemd om eeuwig te overleven. Maar ondertussen is de wereld veranderd. De energiecrisis, inflatie, gedwongen elektrificatie, terugdraaiende regelgeving op elk continent... De spelregels zijn niet meer die van 2021. Sterker nog, 2025 lijkt een bijzonder lastig jaar te worden voor de groep, ook al moeten de officiële cijfers nog worden vrijgegeven. Stellantis bevindt zich vooral in een belangrijke overgangsfase, in afwachting van het nieuwe industriële plan dat de nieuwe CEO van de Groep, Antonio Filosa, voor het einde van de eerste helft van 2026 zal presenteren.

Reclame

Een duidelijk antwoord van de CEO van Stellantis Europe

Het onderwerp merken werd door de CEO van Stellantis Europe, Emanuele Cappellano, aangekaart in een interview met Top Gear Nederland. De vraag was simpel: zullen merken verdwijnen? Het antwoord was ondubbelzinnig. Nee. Volgens Cappellano is de strategie om elk merk tien jaar de tijd te geven om zich te bewijzen "niet erg effectief gebleken", en bovendien maken de huidige omstandigheden deze redenering achterhaald. Het is duidelijk dat Stellantis niet van plan is merken op te offeren, ook al presteren ze niet allemaal even goed.

"Elk merk slaagt op zijn eigen manier

De uitspraak van Cappellano liet een blijvende indruk achter: "Alle merken zijn min of meer succesvol op hun eigen manier". Het was een antwoord dat zowel eerlijk als onthullend was voor de huidige filosofie van de Groep. Het beeld dat de Nederlandse journalisten gebruikten spreekt voor zich: dat van een ouder die van elk van zijn kinderen anders houdt, ook al schitteren ze niet allemaal op hetzelfde niveau. In werkelijkheid zou het moeilijk zijn om te beweren dat alle Stellantis merken aan de top van hun kunnen staan. Sommige hebben moeite om te overleven, terwijl andere lijden onder een onduidelijke positionering of duidelijke interne concurrentie. Maar voor de groep wordt succes niet langer alleen gemeten in termen van volumes of directe marges.

Reclame

Kannibalisatie... onder controle

Je hoeft alleen maar naar het Europese aanbod te kijken om te begrijpen waarom. Citroën, Fiat en Opel strijden vaak om dezelfde klanten in de segmenten van de generalisten. Iets hogerop opereren Peugeot, Alfa Romeo, DS, Jeep en Lancia in een tussenliggende zone, zonder echte premiummerken te zijn. Deze interne concurrentie is reëel. Maar ze is gebaseerd op een aanvaard industrieel model: gedeelde platforms, gedeelde technologieën en gedeelde ontwikkelingskosten. De Peugeot 2008, Opel Moka, DS3, Jeep Avenger, Fiat 600 en Alfa Romeo Junior zitten bijvoorbeeld allemaal in het B-SUV-segment en gebruiken dezelfde onderdelen.

De boodschap van Stellantis is dan ook duidelijk: het gaat er niet langer om de zwaksten neer te halen, maar om het geheel bij elkaar te houden. Misschien is de echte vraag niet meer of bepaalde merken zullen verdwijnen, maar eerder hoe Stellantis erin zal slagen hun rollen te verduidelijken, hun identiteit te verfijnen en te voorkomen dat ze te veel op elkaars tenen gaan staan. Het antwoord zal ongetwijfeld komen met het industriële plan van Antonio Filosa.

Reclame

Vind je deze post leuk? Deel het!

Reclame

Laat een recensie achter