
Al enkele jaren, Stellantis heeft een bijzonder agressieve strategie aangenomen tegenover zijn leveranciers. Een tot het uiterste doorgevoerd kostenbesparingsbeleid, dat op het hoogste niveau werd beweerd door Carlos Tavares, die niet aarzelde om te beweren dat hij «nummer één in impopulariteit» was. Maar vandaag is de toon radicaal veranderd. Bovenal erkent de Groep dat deze aanpak zijn grenzen heeft bereikt.
Een strategische verschuiving
De toon wordt gezet door Stéphane Dubs, Stellantis' inkoopmanager voor het uitgebreide Europa. In een interview met Auto Actu, De Groep geeft duidelijk toe dat haar houding tot nu toe niet meer aangepast is aan de huidige marktsituatie. In een gespannen industriële context, met druk van de regelgeving, de overgang naar elektrische voertuigen en meer concurrentie, herziet de Groep zijn aanpak. «De vraag is: is een brutale houding de beste manier om deze moeilijkheden het hoofd te bieden? Wij denken van niet», legt hij uit.

Deze verandering komt na een periode die werd gekenmerkt door een beleid van drastische kostenbesparingen, waaronder een sterke focus op lagelonenlanden en een inkrimping van het leveranciersbestand met wel 15 %.
Het einde van een cultuur van machtsstrijd
Wat vandaag verandert, is niet alleen de retoriek, maar ook de mentaliteit. Stellantis erkent nu dat de puur transactionele aanpak, samengevat in een permanente onderhandeling over prijzen, niet langer volstaat. «Arrogante standpunten van beide partijen [...] zijn niet de beste manier om problemen op te lossen», legt Stéphane Dubs uit. Een uitspraak die een duidelijke breuk markeert met de filosofie uit het verleden.
Onder impuls van Antonio Filosa en Emanuele Cappellano probeert de fabrikant nu een meer op samenwerking gerichte relatie met zijn industriële partners op te bouwen. Het doel is duidelijk: van een machtsrelatie naar een relatie gebaseerd op samenwerking.
Een leveranciersraad om het vertrouwen te herstellen
De oprichting van de Supplier Advisory Council Europe symboliseert dit keerpunt. Deze raad, die eind maart voor het eerst bijeenkwam in Turijn, verenigt een twintigtal leveranciers en beroepsorganisaties zoals Fiev en Anfia. Opvallend is dat Stellantis dit orgaan niet alleen leidt. De leveranciers zelf helpen bij het bepalen van de prioriteiten, waarbij de nadruk ligt op multifunctionele kwesties zoals zichtbaarheid van volumes, veerkracht van de toeleveringsketen en innovatie.

Het idee is om af te stappen van een relatie die uitsluitend is gebaseerd op commerciële onderhandelingen en te werken aan wereldwijde oplossingen. Een ingrijpende verandering in een sector waar discussies vaak neerkomen op een simpele vraag: «U bent te duur».
De druk op de kosten blijft... maar verandert van vorm
Stellantis is echter niet opeens een «zachte» fabrikant aan het worden. De prijsdruk is er nog steeds, maar de manier waarop die wordt toegepast verandert. In plaats van prijsverlagingen op te leggen, probeert de Groep nu met zijn leveranciers samen te werken om prestatieverbeteringen te identificeren. Dit gaat gepaard met concrete praktijken zoals vergelijkende analyse van concurrerende onderdelen en co-engineering.
Het doel blijft hetzelfde: kopen tegen de juiste prijs. Maar de methode wordt meer feitelijk en collaboratief. Een andere belangrijke verandering is het versnellen van de implementatie van optimalisaties tijdens de levensduur van de modellen, in plaats van alleen wanneer projecten worden gelanceerd. Dit is een manier om winsten sneller te delen... en blokkades te vermijden.
Een zeldzame vorm van zelfkritiek in de industrie
Het is veelzeggend dat Stellantis ook zijn eigen interne beperkingen erkent. De Groep geeft toe dat het niet in staat was om de ideeën van zijn leveranciers volledig te benutten of snel genoeg in te zetten. Deze zelfkritiek heeft geleid tot de invoering van een nieuwe organisatie geïnspireerd op praktijken in Zuid-Amerika. Deze zelfkritiek is verre van onbelangrijk: het laat zien dat de fabrikant niet langer alleen druk wil uitoefenen, maar ook zijn eigen activiteiten wil verbeteren.
Achter deze verandering van houding gaat een grote strategische uitdaging schuil. In een sector die radicale veranderingen ondergaat, moet Stellantis zijn industriële ecosysteem veiligstellen. Om competitief te blijven tegenover concurrenten die soms meer geïntegreerd zijn of gesteund worden door een sterk industrieel beleid, moet de Groep opnieuw een aantrekkelijke partner worden voor zijn leveranciers, vooral in sleutelsectoren zoals elektriciteit en software. Uiteindelijk is de boodschap duidelijk: in de auto van morgen is het niet genoeg om op te leggen. Je moet overtuigen.