
Bijna twee jaar na de veelbesproken hoorzitting van Carlos Tavares voor de Italiaanse parlementsleden is de toon radicaal veranderd. Op 17 juni 2026 is Antonio Filosa, inmiddels CEO van Stellantis Iets meer dan een jaar geleden verscheen hij voor de gezamenlijke commissies van de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat om zijn visie op de toekomst van de groep in Italië toe te lichten. Een hoorzitting van meer dan twee uur, gekenmerkt door een veel meer op consensus gerichte toespraak, concrete industriële aankondigingen en een centrale boodschap: Stellantis wil de fouten uit het verleden achter zich laten en Italië weer centraal stellen in zijn strategie.
Al vanaf de eerste minuten wilde de Italiaanse topman duidelijk maken dat hij een breuk met de voorgaande jaren wilde maken. Hij blikte terug op zijn 27-jarige loopbaan binnen de groep, sprak over zijn verbondenheid met Italië en bracht hulde aan Sergio Marchionne, wiens 74e verjaardag diezelfde dag gevierd zou zijn. Een krachtig symbool, aangezien de naam Marchionne tijdens de gesprekken met de parlementsleden herhaaldelijk ter sprake kwam.
Een bewuste heroverweging van de strategie uit het verleden
De belangrijkste boodschap van deze hoorzitting is ongetwijfeld de impliciete erkenning dat Stellantis zijn strategie grondig heeft herzien. Antonio Filosa legde uit dat hij «het roer heeft omgegooid» door de regionale structuren te versterken, kwaliteit weer voorop te stellen en vooral door klanten meer vrijheid te geven bij de keuze van de motoren.
Deze koerswijziging ging niet zonder kosten. De topman maakte bekend dat de strategiewijziging 25 miljard euro aan uitzonderlijke kosten had veroorzaakt. Een aanzienlijk bedrag dat de omvang van de ingezette koerswijziging illustreert. Volgens hem was deze beslissing echter onontbeerlijk om het bedrijf weer op een steviger fundament te zetten.
De groep richt zich niet langer uitsluitend op elektrische auto’s. Het toekomstige modellengamma zal bestaan uit een combinatie van hybride, elektrische en zuinige modellen met verbrandingsmotor, dankzij platforms die geschikt zijn voor verschillende technologieën. Deze aanpak sluit nu aan bij de standpunten die talrijke Europese autofabrikanten al enkele maanden verdedigen.
De eerste resultaten worden als bemoedigend beschouwd
Antonio Filosa heeft verschillende indicatoren gepresenteerd om aan te tonen dat deze nieuwe koers zijn vruchten begint af te werpen.
Wereldwijd noteerde Stellantis in het eerste kwartaal van 2026 een stijging van 12 % in het aantal registraties, voornamelijk dankzij Europa en Noord-Amerika. De groep beschikt nog steeds over een aanzienlijke kaspositie, geschat op ongeveer 45 miljard euro.
In Italië zijn de cijfers nog opvallender. In de eerste vijf maanden van het jaar stegen de registraties van Stellantis met bijna 15 %, terwijl de productie in de Italiaanse fabrieken met meer dan 16 % toenam. Dankzij deze verbetering kon het gebruik van de regeling voor gedeeltelijke werkloosheid met ongeveer 30 % worden teruggedrongen. Voor Antonio Filosa zijn deze resultaten het bewijs dat het «Piano Italia», dat vorig jaar door John Elkann werd gepresenteerd, wordt nageleefd en op sommige punten zelfs wordt overtroffen.
Bevestiging van het wereldwijde plan ter waarde van 60 miljard euro
Het nieuwe strategische plan van Stellantis voorziet in investeringen ter waarde van 60 miljard euro en meer dan 60 productlanceringen tussen 2026 en 2030.
Volumemerken zoals Fiat, Jeep, Peugeot en Ram zullen centraal staan in de wereldwijde technologische ontwikkelingen. Alfa Romeo en Lancia zullen een meer regionale positionering krijgen, terwijl Maserati zijn rol als uithangbord van de Italiaanse luxe zal behouden. Kunstmatige intelligentie speelt eveneens een belangrijke rol in deze strategie. Stellantis bevestigt dat het deze technologie al op grote schaal inzet op het gebied van engineering, productie, design en klantrelaties, en is van plan dit de komende jaren nog verder op te voeren.
Italië staat centraal in het industriële netwerk
Het was natuurlijk het deel over Italië waar het meest naar werd uitgekeken. Antonio Filosa beschreef een industriële organisatie waarin elke vestiging een specifieke rol krijgt toebedeeld. Pomigliano en Mirafiori worden de centra voor kleine auto's. Melfi, Cassino en Modena zullen zich richten op premium- en luxemodellen. Atessa blijft het zenuwcentrum voor bedrijfsvoertuigen.
Pomigliano: de komst van de e-Cars
De belangrijkste nieuwigheid betreft Pomigliano. Tegen 2028 zal de vestiging het STLA-platform huisvesten dat bestemd is voor de toekomstige «e-Cars», met ten minste twee nieuwe modellen die in grote aantallen zullen worden geproduceerd. Volgens Filosa zullen deze in Europa geproduceerde kleine elektrische auto’s naar verwachting rond de 15.000 euro worden aangeboden om het hoofd te bieden aan de toenemende concurrentie van Chinese autofabrikanten. De Fiat Pandina Hybrid, een echt commercieel succes in Italië, zal daarentegen tot minstens 2030 in productie blijven.
Mirafiori komt weer tot bloei
In Turijn heeft de productie van de nieuwe Fiat 500 Hybrid gezorgd voor een stijging van meer dan 100 % in productievolumes ten opzichte van vorig jaar. Deze opleving heeft geleid tot de aanwerving van enkele honderden werknemers. Mirafiori blijft ook zijn rol als technologisch centrum behouden, met meer dan 3.000 ingenieurs, een onderzoekscentrum voor accu's en de Italiaanse en Europese hoofdkantoren van de groep.
Melfi: vier nieuwe modellen en nog een Alfa Romeo
De vestiging in Melfi lijkt een van de grote winnaars van het nieuwe plan te zijn. Na de lancering van de nieuwe Jeep Compass en DS N°8 zullen dit jaar ook de Lancia Gamma en de DS N°7 in de fabriek worden geproduceerd. Maar de meest interessante aankondiging betreft Alfa Romeo. Antonio Filosa heeft bevestigd dat er tegen 2028 een nieuw Alfa Romeo-model in Melfi zal worden geproduceerd.
Maserati: een plan dat nog voor het einde van het jaar wordt verwacht
Maserati blijft het meest gevoelige dossier. Antonio Filosa heeft bevestigd dat er voor het einde van het jaar in Modena een nieuw strategisch plan voor het merk zal worden gepresenteerd. Dit plan omvat onder meer twee nieuwe modellen in het segment van de grote touringcars.
In Modena is de productie van de GranTurismo en de GranCabrio al teruggehaald, terwijl de nieuwe afdeling «Bottega Fuoriserie» de activiteiten op het gebied van maatwerk moet versterken.
Wat Cassino betreft, momenteel waarschijnlijk de vestiging die het meest in moeilijkheden verkeert, bleef de topman voorzichtig. Hij bevestigde alleen dat de toekomst van de fabriek samenhangt met het toekomstige plan van Maserati en dat Stellantis momenteel samenwerkt met potentiële industriële partners. In afwachting daarvan blijft de fabriek de Alfa Romeo Giulia en Stelvio produceren, terwijl vanaf 2027 een nieuwe Maserati Grecale wordt verwacht.
Atessa en Termoli zijn veilig
Een van de belangrijkste aankondigingen betreft de toekomst van Atessa. De vestiging in de Abruzzen zal de volgende generatie grote bedrijfsvoertuigen van de groep gaan produceren. Stellantis is van plan om daar in vijf jaar tijd meer dan een miljard euro te investeren om er het Europese centrum voor deze activiteit van te maken.
In Termoli heeft Antonio Filosa het ACC-Gigafactory-project zo goed als begraven. Gezien de ontwikkelingen op de markt zet Stellantis nu in op de productie van geëlektrificeerde eDCT-versnellingsbakken en GSE-motoren. Het doel is om vanaf 2027 meer dan 1,5 miljoen versnellingsbakken per jaar te produceren.
5 miljard voor innovatie en 7 miljard voor Italiaanse leveranciers
De topman benadrukte ook het belang van de Italiaanse toeleveringsketen. Stellantis geeft aan jaarlijks ongeveer 7 miljard euro uit te geven aan Italiaanse leveranciers en wil deze lokale integratie verder versterken, met name voor de toekomstige bedrijfsvoertuigen van Atessa en de toekomstige Alfa Romeo uit Melfi. Tegelijkertijd zal de komende vijf jaar meer dan 5 miljard euro worden geïnvesteerd in onderzoek en innovatie in Italië. In 2025 hebben de Italiaanse teams bijna 400 octrooien aangevraagd, met name op het gebied van autonoom rijden, aandrijving, veiligheid en materialen.
De energiekosten: een absolute prioriteit
Antonio Filosa heeft weliswaar een ambitieus plan gepresenteerd, maar hij heeft ook uitgelegd wat volgens hem een bedreiging vormt voor het concurrentievermogen van de Italiaanse fabrieken. Het eerste punt betreft energie. De topman onthulde dat Stellantis in het eerste kwartaal van 2026 in Italië gemiddeld 205 €/MWh betaalde, tegenover 90 €/MWh in Spanje en 100 €/MWh in Frankrijk. Een verschil dat hij op lange termijn onhoudbaar acht.
De groep wil de status van energie-intensief bedrijf verkrijgen om in aanmerking te komen voor specifieke belastingvoordelen en versnelt tegelijkertijd haar projecten op het gebied van fotovoltaïsche energie en biomassa. Antonio Filosa pleitte ook voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, waarbij hij aangaf dat deze zowel bedrijven als werknemers ten goede moet komen.
Een pleidooi voor een wijziging van de Europese regels
Een ander belangrijk thema tijdens deze hoorzitting: Europa. Antonio Filosa bevestigde dat Stellantis de overgang naar elektrische voertuigen en de doelstelling van koolstofneutraliteit blijft steunen. Hij is echter van mening dat de huidige regels onrealistisch zijn en moeten worden aangepast aan de industriële realiteit.
De topman benadrukte drie prioriteiten: lichte bedrijfsvoertuigen, kleine auto’s en «Made in Europe». Hij vindt het met name ongeschikt om dezelfde regelgeving toe te passen op personenauto’s en bedrijfsvoertuigen, terwijl elektrische bedrijfsvoertuigen nog maar ongeveer 3 % van de Italiaanse markt uitmaken.
Wat kleine auto’s betreft, sprak hij zijn waardering uit voor het idee van de «superkredieten» dat door de Europese Commissie naar voren is gebracht. Ten slotte riep hij op tot een echt Europees industriebeleid dat is gebaseerd op „Made in Europe”, met onder meer een realistischer tijdschema voor de productie van batterijen op het continent.
Breuk met Carlos Tavares
Tijdens de toespraken van de parlementsleden en senatoren kwam één constatering steeds weer naar voren: de hoorzitting met Antonio Filosa werd als heel anders ervaren dan die met Carlos Tavares in 2024. Verschillende volksvertegenwoordigers prezen de verandering van toon, het grotere pragmatisme en de duidelijk getoonde bereidheid om met de Italiaanse instellingen in dialoog te treden.
Nu is het nog zaak om de aankondigingen om te zetten in concrete resultaten. De kwestie rond Cassino is nog lang niet opgelost, de toekomst van Maserati moet nog worden uitgewerkt en de kwestie van de productievolumes blijft centraal staan. Maar voor het eerst sinds jaren presenteert Stellantis een industrieel project dat zowel op hybride als op elektrische voertuigen is gebaseerd, dat de Italiaanse fabrieken weer een belangrijke rol toekent en dat duidelijk de ambitie laat zien om de aanwezigheid van de groep in zijn thuisland te versterken.
Voor Antonio Filosa is het er nu op aan om iedereen ervan te overtuigen dat deze nieuwe koers niet alleen een verandering in de retoriek is, maar wel degelijk het begin van een nieuwe cyclus voor Stellantis in Italië.
